Labour, Jeremy Corbyn en de Britse media

Ken je dat, dat je een superirritant liedje in je hoofd hebt? En dat je het dan maar keihard gaat zingen in de hoop het te vergeten? Dat is een beetje wat ik met deze post hoop te bereiken: het afgelopen jaar ben ik gefascineerd geraakt door de politieke ontwikkelingen op links in Groot-Brittannië en de laatste anderhalve maand heb ik lasogen gekregen van het volgen van de Britse media. Omdat het een onwelkome afleiding is van mijn primaire bezigheid (promoveren) en omdat een goed huwelijk best belangrijk is, leek het me een goed idee mijn obsessie op het web te gooien. Misschien dat ik dan een nieuwe, minder tijdrovende fascinatie kan zoeken.

Edit: een verkorte versie van dit stuk is onlangs verschenen op Frontaal Naakt.

Brexit en de Britse Conservatieven

Europa is van oudsher een splijtzwam voor de Britse Conservatieven (hierna: Tories). Een aanzienlijk deel van de conservatieve fractie is tegen deelname aan de EU in welke vorm dan ook. In een poging de discussie voor eens en voor altijd in de kiem te smoren beloofde de toenmalige premier, David Cameron, zelf voorstander van een Brits EU-lidmaatschap, in zijn verkiezingsprogramma van 2015 een referendum uit te schrijven. Britse burgers konden zo zelf aangeven of ze in de EU wilden blijven of niet.

De Tories wonnen in mei 2015 tegen de verwachtingen in een parlementaire meerderheid, ondanks dat ze slechts 37 procent van de stemmen kregen (meer over het geflipte Britse kiesstelsel is hier te vinden). In december van datzelfde jaar werd een wet door het Lagerhuis geloodst die het referendum mogelijk moest maken en enkele maanden later werd bekend gemaakt dat het op 23 juni jl. zou gaan plaatsvinden.

De uitslag is inmiddels genoegzaam bekend: een nipte meerderheid van 52 procent stemde voor een uittrede uit de EU. Cameron – niet geslaagd in zijn missie om het Verenigd Koninkrijk te behouden voor de EU – kondigde zijn vertrek aan en al snel werd er gespeculeerd over zijn mogelijke opvolger. Boris Johnson had campagne gevoerd voor een vertrek uit de EU en werd gezien als de huizenhoge favoriet. Hij werd echter in een shakespeareaans drama, vlak voor het bekendmaken van zijn kandidatuur, door mede-Brexiteer en beoogd campagneleider Michael Gove beschuldigd van incompetentie. Gove – die zelf altijd had aangegeven ongeschikt te zijn als leider – maakte prompt zijn eigen kandidatuur bekend. Zichtbaar aangeslagen door deze karaktermoord kon Johnson niet veel anders doen dan mede te delen zich niet verkiesbaar te stellen.

Van de in totaal vijf kandidaten voor het leiderschap van de Tories (en dus het premierschap) bleven er na stemrondes binnen de fractie uiteindelijk twee over: Theresa May, minister van Binnenlandse Zaken en Andrea Leadsom, Staatssecretaris voor Energiezaken. Na uitspraken over de kinderloosheid van May en beschuldigingen dat Leadsom met haar CV had gerommeld besloot laatstgenoemde haar kandidatuur in te trekken. Enkele dagen later werd May beëdigd als premier.

Labour’s aanhoudende interne strijd

Maar met de vervanging van Cameron door May is de politieke rust in Groot-Brittannië nog altijd niet wedergekeerd. De grootste oppositiepartij, Labour, is in een hevige interne strijd verwikkeld.

Na de verloren parlementsverkiezing van 2015 legde partijleider Ed Miliband zijn functie neer. Labour moest dus een nieuwe leider krijgen. Al snel dienden zich drie kandidaten aan: Andy Burnham, Yvette Cooper en Liz Kendall. Burnham en Cooper maakten allebei deel uit van de laatste Labour-regering onder Gordon Brown en alle drie de kandidaten waren lid van het schaduwkabinet onder Miliband. Je zou dus kunnen stellen dat ze tot het partij-establishment behoren.

Een vierde kandidaat, de 66-jarige Jeremy Corbyn, al 32 jaar lid van het Britse Lagerhuis, besloot in de ring te stappen namens de linkerflank van de partij, aanvankelijk om het debat te verbreden. Lange tijd bleef het onduidelijk of het hem zou lukken de benodigde 35 handtekeningen van mede-fractieleden te bemachtigen, maar net voor het verstrijken van de inschrijftermijn kon hij dan toch zijn kandidatuur bekendmaken.

De rest is, zoals het cliché luidt, geschiedenis: tegen de aanvankelijke verwachtingen in en in de rug gesteund door een alsmaar aanzwellende grassroots campagne werd Corbyn in september door partijleden, aangesloten vakbondsleden en geregistreerde tijdelijke supporters met een overweldigende meerderheid gekozen als partijleider. Nooit eerder in de geschiedenis van de partij stond een lid van de zogeheten hard left factie aan het roer. Vanaf het moment dat het erop leek dat Corbyn de nieuwe partijleider zou gaan worden, hebben prominente partijgenoten en een aantal Labour-parlementsleden er alles aan gedaan om hem dwars te zitten. Enkele voorbeelden:

  • Tony Blair meldde vorig jaar rond deze tijd dat mensen wiens hart bij Jeremy Corbyn lag, een transplantatie zouden moeten krijgen.
  • Voormalige spindoctors bleven herhalen dat Labour onder Corbyn door de kiezer massaal zou worden afgestraft, ook al werd elke tussentijdse parlementaire verkiezing en burgemeestersverkiezing door de Labour-kandidaat gewonnen, vaak met een vergrote meerderheid. Toegegeven, de peilingen zijn op het moment desastreus voor Labour en sinds het aantreden van Corbyn heeft de partij maar in een handjevol peilingen op kop gelegen. Een van de redenen voor de slechte peilingen van Labour is de interne strijd die momenteel binnen de partij woedt. Later in deze post ga ik daar uitgebreid op in. Dit stuk geeft een genuanceerde analyse van Labour’s positie in de peilingen onder Corbyn.
  • Een lid van het schaduwkabinet diende in samenwerking met de BBC live zijn ontslag in, voor maximale media-exposure.
  • Eind vorig jaar bleek dat een Labour-parlementslid, Naz Shah, een cartoon op Facebook had gedeeld waarop werd gesuggereerd dat het misschien beter zou zijn om Israël naar de VS te verplaatsen. Ook deelde ze de bekende uitspraak van Martin Luther King dat alles wat Hitler deed toen hij in Duitsland aan de macht was, legaal was. Hierop werd ze geschorst. Later toonde ze berouw en werd haar schorsing opgeheven.
    In de directe nasleep van deze affaire merkte de voormalige Labour-burgemeester Ken Livingstone op dat het Derde Rijk en prominente zionisten in de jaren 30 samenwerkten. Deze en eerdere incidenten gaven sommigen de indruk dat binnen Labour een antisemitisch klimaat heerste. Omdat Corbyn sinds jaar en dag een voorvechter van de Palestijnse zaak is en hij ooit tijdens een parlementaire bijeenkomst over het Midden-Oosten aan Hamas en Hezbollah als zijn ‘vrienden’ refereerde, werd hij in de eerste plaats verantwoordelijk gehouden voor dit klimaat.
    Corbyn stelde vervolgens Shami Chakrabarti, voormalig voorzitter van de burgerrechtenorganisatie Liberty, aan om racisme en intolerantie binnen Labour te onderzoeken. Het rapport dat enkele maanden later werd gepresenteerd stelde dat antisemitisme en andere vormen van racisme niet wijdverbreid waren binnen Labour, ook al was er zo nu en dan sprake was van een ‘giftige atmosfeer’. In een parlementair verhoor kort na de publicatie van het rapport gaf Corbyn overigens aan zijn uitspraak over Hamas en Hezbollah te betreuren.
  • Enkele dagen na de dramatische referendumuitslag zag een deel van de rechterflank van de Labourfractie haar kans schoon: Hillary Benn, schaduwminister van Buitenlandse Zaken, belde Corbyn ’s nachts op om hem te laten weten dat hij en een aantal collega’s het vertrouwen in hem opzegden. Corbyn zou zich onvoldoende hebben ingezet voor de ‘ja’-campagne voor het EU-referendum. Hierop onthief Corbyn hem uit zijn functie.
    De volgende ochtend dienden een aantal schaduwkabinetsleden met een opvallende regelmaat hun ontslag in. Resultaat was dat het Britse ochtendnieuws gedomineerd werd door deze exodus. Dit bleek geen toeval te zijn: enkele weken eerder lieten anonieme fractieleden al aan The Telegraph weten dat er plannen waren voor een coup die na het referendum plaats zou moeten vinden. In de dagen erna volgde een groot deel van de soft left factie van het schaduwkabinet. Corbyn bleek echter onverstoorbaar: hij stelde een groep nieuwe fractieleden, veelal jonge loyalisten, aan als schaduwkabinetsleden.
  • Het besef dat Corbyn niet zo makkelijk af bleek te zetten als bijvoorbeeld Blair in 2007, leidde tot woede en paniek bij de gevestigde namen binnen de partij. De ene na de andere partijbons liet weten dat de situatie nu toch echt onhoudbaar was geworden en dat Corbyn in het belang van de partij en het land de eer aan zichzelf moest houden. Corbyn en zijn sympathisanten bleven steeds herhalen dat hij slechts 9 maanden geleden met een overweldigende meerderheid was gekozen als leider en dat het aan het ledenbestand is om te bepalen wie de leider van de partij is en niet aan de fractie. Ook wezen zij de dissidente fractieleden erop dat als ze een leiderschapsverkiezing wilden, de regels daarin voorzien: verzamel 50 handtekeningen van medestanders en er komt een tussentijdse verkiezing, waar de leden, geaffilieerde vakbondsleden en geregistreerde sympathisanten opnieuw mogen stemmen.
  • En dan was daar nog de presentatie van het langverwachte rapport over misschien wel de belangrijkste beslissing van Tony Blair’s premierschap: de invasie van Irak. De verwachting was dat de voorzitter van de onderzoekscommissie, Sir John Chilcot, af zou rekenen met de voorwendselen voor de invasie. Een groot deel van de fractieleden die toen ook in het parlement zaten, stemde vóór de invasie. Corbyn was een van de tegenstemmers en had eerder al aangegeven dat Blair terecht zou moeten staan als zou blijken dat hij verdacht wordt van oorlogsmisdaden. Het zou zomaar kunnen dat de timing van de coup voor een groot deel is ingegeven door de verschijningsdatum van het Chilcot-rapport.
    Het rapport bleek – tegen de verwachtingen van velen in – zeer kritisch, met name op Tony Blair, die kort na publicatie een zichtbaar aangeslagen, maar weinig berouwvolle persconferentie gaf. Later die dag, na een kritische, maar ingetogen speech in het parlement, bood Corbyn namens Labour zijn excuses aan voor de Irak-invasie.
  • Vanaf het begin van de uittocht uit het schaduwkabinet (#ChickenCoup) werd Angela Eagle genoemd als mogelijke uitdager van Corbyn. Een week lang dreigde ze iedere dag opnieuw haar kandidatuur bekend te maken als Corbyn niet af zou treden (Groundhog Day, iemand?). Een van de veelgehoorde verwijten aan het adres van Corbyn is dat hij zich onvoldoende en onhandig profileert in de media; met name bij zijn optredens tijdens het wekelijkse Prime Minister´s Questions zou hij steken laten vallen. Des te opmerkelijker dat Eagle, toen ze haar campagne eindelijk lanceerde, het ene na het andere pleefiguur sloeg. De website leek inderhaast in elkaar geflanst en was onleesbaar op een mobiel apparaat. Het campagnelogo deed denken aan dat van een mierzoete bakvissendeodorant. Maar het meest pijnlijke was nog wel het vragenrondje na afloop van haar campagnelancering: Eagle noemde wat namen van prominente politieke verslaggevers, maar geen van hen bleek aanwezig te zijn, omdat Leadsom zich plots uit de leiderschapsrace van de Tories had teruggetrokken.
  • In een volgende stap om zijn leiderschap te destabiliseren, claimden Corbyn’s tegenstanders dat de regels omtrent de leiderschapsverkiezing onduidelijk waren. De National Executive Committee (hierna: NEC) moest beslissen of de volgende woorden uit de Labour-statuten:

    Where there is no vacancy, nominations may be sought by potential challengers each year prior to the annual session of Party conference. In this case any nomination must be supported by 20 per cent of the combined Commons members of the PLP and members of the EPLP.

    betekenden dat Corbyn net als zijn uitdager 51 handtekeningen van fractiegenoten diende te verzamelen. Zou dit het geval zijn, dan zou dit een fiks obstakel zijn voor Corbyn. Bij een eerdere interne motie van vertrouwen stemden er 40 fractiegenoten voor hem, 172 waren tegen. Tijdens een koortsachtige NEC-vergadering, waar Corbyn zelf aanwezig was, besloot een meerderheid dat de zittende leider bij uitdaging geen nominaties hoeft te verzamelen. Na het horen van dit nieuws toog Corbyn naar buiten om de aanwezige menigte hiervan op de hoogte te stellen. Ook enkele medestanders van Corbyn verlieten de vergadering, waarschijnlijk in de overtuiging dat de belangrijkste beslissing genomen was. Dat hadden ze beter niet kunnen doen: de resterende NEC-leden, waaronder een meerderheid van tegenstanders van Corbyn, besloten vervolgens dat de leden die zich de afgelopen 6 maanden hadden aangemeld bij Labour (zo’n 130.000), niet mogen stemmen in de interne leiderschapsverkiezing. Ook werd het bedrag dat betaald moest worden om als geregistreerd supporter deel te nemen aan de verkiezing flink opgehoogd: van 3 naar 25 pond. Vijf Labourleden die door deze regels niet konden stemmen in de aankomende leiderschapsverkiezing, klaagden hierop de NEC aan. De eerste rechtszaak wonnen ze; in hoger beroep werd de beslissing alsnog teruggedraaid. De hoge kosten deden het vijftal beslissen om niet verder te procederen.

Al voor deze vergadering deden er geruchten de ronde dat Owen Smith, net als Eagle uit het schaduwkabinet gestapt tijdens de coup, een gooi wilde doen naar het leiderschap van Labour, zeker als de NEC zou besluiten om Corbyn van de kandidatenlijst te houden. Smith gaf bij de aankondiging van zijn vertrek uit het schaduwkabinet nog aan niet uit te zijn op de positie van Corbyn. Dit terwijl hij in een interview in januari nog aangaf leiderschapsambities te hebben. De dag na de NEC-bijeenkomst kondigde Smith alsnog zijn kandidatuur aan.

Vanaf dat moment waren er dus twee kandidaten die aanspraak maakten op de anti-Corbyn stem. Die verdeeldheid zou Corbyn, die nog altijd populair is onder de leden, in de kaart kunnen spelen. Daarom besloten de anti-Corbyn fractieleden tot een interne stemming. Smith kwam hierbij als winnaar uit de bus, waarop Eagle haar kandidatuur introk. Inmiddels zijn de eerste interne leiderschapsdebatten achter de rug. Vanaf maandag 22 augustus kan er worden er gestemd; de uitslag wordt op 24 september bekend gemaakt.

Wat mij opvalt in de berichtgeving

Het afgelopen jaar (en de afgelopen zes weken in het bijzonder) heb ik de Britse verslaggeving over Labour nauwgezet gevolgd. Daardoor heb ik niet alleen een idee gekregen van de politieke situatie in het Verenigd Koninkrijk en haar voorgeschiedenis, maar ook over de manier waarop erover bericht wordt. Een opsomming:

  • De Britse – voornamelijk rechts georiënteerde – tabloids zijn berucht. Voor de mensen die niet weten waar ik op doel: Google maar eens op ‘Hillsborough disaster’, of verdiep je in het afluisterschandaal van enkele jaren geleden, waarbij redacteuren de voicemails van ouders van vermiste en misbruikte kinderen hackten. Mijn verwachtingen over de berichtgeving rondom Corbyn waren dus niet al te hoog. En inderdaad: vanaf het moment dat het duidelijk was dat hij op weg was naar het leiderschap, zijn ze gaan graven. Niet dat ze veel hebben gevonden: op eerdergenoemde uitspraak over Hamas en Hezbollah na, gaat de meeste kritiek vooral over zijn media-presentatie, zijn persoonlijke leven en zijn vermeende gebrek aan vaderlandsliefde. Hij zou niet diep genoeg buigen bij nationale herdenkingen, hij zou weigeren te knielen voor de koningin en hij zou niet enthousiast genoeg meezingen met het nationale volkslied.
  • Maar ook de meer serieuze media hebben het wat mij betreft laten afweten. Met name het demasqué van de parlementaire verslaggeverij was stuitend. De crisis binnen Labour maakte duidelijk hoezeer deze journalisten afhankelijk zijn van vriendelijke omgang met hun parlementaire bronnen. Ook werd duidelijk hoe bereid ze zijn om zonder wederhoor alles wat die bronnen doorgeven voor waar aan te nemen en mee te gaan in spannende, maar niet zelden vergezochte frames. Het meest gewillige doorgeefluik van anti-Corbyn spin is George Eaton van de New Statesman: wie op Twitter de output van Eaton doorzoekt op de strofe ‘I’m told’ krijgt een veelvoud aan inmiddels achterhaalde New Labourspin voor de kiezen. En dan heeft Eaton ook nog eens de neiging zichzelf binnen een dag tegen te spreken. Zie bijvoorbeeld onderstaand huzarenstukje:imtold1imtold2
    Misschien dat het beter is om wederhoor toe te passen voordat je in de ijdele hoop op een politieke scoop iets op Twitter knalt, zoals ook Huffington Post-verslaggever Paul Waugh onlangs ondervond:

imtold3
Merk ook de slappe verdediging van Waugh op. Hij verschuilt zich, net als vele andere verslaggevers, achter de verschillende bronnen die hij gebruikt: ‘bron a zegt X over deze kwestie, bron b stelt Y; ik geef slechts door wat er leeft binnen de partij.’ En ik maar denken dat het binnen de journalistiek om waarheidsvinding en het bevragen van macht gaat…

  • Omdat oproer en controverse tot de nodige clicks leiden en de concurrentie tussen media-outlets moordend is, nemen veel journalisten simpelweg de tijd niet om de context en achtergrond van een vermeend schandaal onder de loep te nemen. Vaak blijken de zaken bij nadere beschouwing net even wat anders te liggen. Zo was daar het verhaal dat de ruit van het lokale kantoor van Eagle door Corbyn-aanhangers zou zijn ingegooid en dat Eagle op politie-advies het kantoor moest sluiten. Later bleek dat 1) het onduidelijk was wie de ruit had ingegooid, 2) het raam niet van Eagle’s kantoor zelf was, maar van het trappenhuis van het gebouwencomplex, 3) de politie nooit het advies had gegeven om het kantoor te sluiten.
    Enkele weken later was daar het verhaal dat het kantoor van Seema Malhotra, voormalig lid van het schaduwkabinet, wederrechtelijk zou zijn betreden door een lid van Corbyn’s entourage. Malhotra’s privacy zou hiermee zijn geschonden; ook zou ze zich na het incident minder veilig voelen. Wat de pers aanvankelijk vergat te melden, was dat het hier om het kantoor ging dat hoorde bij de schaduwkabinetsfunctie die ze een maand geleden had opgezegd en dat de ‘insluiper’ simpelweg wilde kijken of het kantoor klaar was voor haar opvolger; de dozen stonden immers al op de gang.
    Deze en andere ‘schandalen’ werden en worden door tegenstanders als bewijs gezien voor een sfeer van intimidatie die onder Corbyn binnen Labour zou heersen. Wat schaamteloosheid betreft spannen de aantijgingen van Michael Foster, een rijke donor en kandidaat voor de parlementsverkiezingen van 2015, de kroon. Na een rechtszaak tegen de NEC te hebben aangespannen en verloren in een poging Corbyn alsnog buitenspel te zetten, schreef Foster, zelf Joods, vorige week een stuk waarin hij de aanhangers van Corbyn vergeleek met Nazi-stormtroepen. Gek genoeg werd hij – in tegenstelling tot Livingstone – niet geschorst.
  • Na de verkiezing van Corbyn in 2015 is binnen Labour de subgroep Momentum opgericht; deze komt voort uit de beweging die is ontstaan tijdens diens leiderschapscampagne. Veel Labourparlementariërs bekijken deze groep met de nodige argwaan: vice-partijleider Tom Watson noemde de beweging al eens ‘a bit of a rabble’. Bij kwesties zoals die rondom Eagle wordt de groep er al snel aan de haren bijgesleept. Afgaande op dit soort berichtgeving zou Momentum louter uit militante Trotskisten bestaan. In werkelijkheid is er geen enkel bewijs voor deze verdachtmakingen, bestaat deze beweging uit allerlei soorten mensen en is de sfeer binnen de groep eerder gezapig dan bedreigend te noemen. Vreemd ook dat dezelfde vragen niet worden gesteld over Progress, de zwaar gesponsorde beweging die is opgezet door Blair-sympathisanten en de afgelopen 20 jaar hofleverancier is geweest van het partijkader. Veel van de rebellerende kamerleden zijn lid van deze beweging binnen Labour. En in de aanloop naar de coup zijn ook Labour Tomorrow en Saving Labour opgericht, beiden met het doel Corbyn van een tegengeluid te voorzien.
  • Ook lijkt veel van de interne kritiek op Corbyn voort te komen uit niets anders dan politiek opportunisme: zowel Smith als Eagle lieten zich in de nasleep van het referendum negatief uit over Corbyn’s campagne voor een blijvend lidmaatschap van de EU, maar beiden lieten enkele weken eerder nog hun enthousiasme blijken over zijn inzet voor ‘Remain’. En dan zijn er nog de partijgenoten die moedwillig ongefundeerde geruchten over Corbyn verspreiden, zoals Chris Bryant, die Corbyn ervan beschuldigde heimelijk voor een Brexit te hebben gestemd.
  • Dat de media niet echt onpartijdig of evenwichtig zijn in hun berichtgeving over Corbyn, blijkt ook uit twee academische studies: zowel de London School of Economics als de Media Reform Coalition publiceerden onlangs een rapport waaruit bleek dat de berichtgeving rondom Corbyn in de mainstream media overwegend negatief is en dat tegenstanders van Corbyn veel meer aan het woord worden gelaten dan voorstanders of zelfs neutrale bronnen.
  • Corbyn moet het dan ook niet hebben van de traditionele media: veel van zijn (jonge) aanhang vertrouwt daarom op sociale media. Ik denk dan ook dat een groot deel van het succes van zijn leiderschapscampagne daaraan te danken is. Verder zijn er alternatieve outlets als Novara Media (te vergelijken met The Young Turks in de Verenigde Staten), JacobinEvolve Politics en The Canary. De volgende publicisten en journalisten komen vaak met interessante inzichten over Corbyn/Labour: Owen Jones, Ronan Burtenshaw, Liam YoungRichard Seymour, Stephen Bush en Paul Mason.

Na een hoop intern geharrewar bevindt Labour zich dus in een vergelijkbare situatie als een jaar geleden. De openbare campagnebijeenkomsten van Corbyn trekken nu moeiteloos honderden tot duizenden toeschouwers. Maar hoewel zijn campagne net als vorig jaar goed verzorgd is, heeft hij zoals gezegd de traditionele media grotendeels tegen zich. Smith profileert zich als een minstens zo radicale, maar minder polariserende en meer capabele tegenkandidaat. Hij weet echter op z’n een hoogst een kleine honderd mensen op de been te krijgen, zelfs als hij gratis ijs uitdeelt. Het zou kunnen dat zijn verleden als lobbyist voor een grote farmaceut en zijn deelname aan de ChickenCoup niet lekker liggen bij een deel van de leden. Ook heeft hij enkele onhandige uitspraken gedaan: hij liet zich op een manier over Theresa May uit die door sommigen als vrouwonvriendelijk werd gezien. Ook liet hij zich ontvallen best bereid te zijn om met ISIS te onderhandelen. De verwachting is dan ook dat Corbyn weer zal winnen, zo mogelijk met een nog grotere meerderheid.

Intussen hebben parlementariërs op de rechtervleugel van de partij al aangegeven dat ze bereid zijn om ieder jaar een leiderschapsverkiezing te houden. Weer anderen verkennen de mogelijkheid tot een afsplitsing van Labour, vergelijkbaar met wat er in 1981 gebeurde toen een aantal prominente Labour-parlementariërs de SDP oprichtten. Het lijkt er dus op dat de strijd binnen de partij ook na 24 september niet gestreden is.