Publicatie: Mental Health Care and Average Happiness

Er is onenigheid over de effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg. Tegenstanders wijzen op de invloed van Big Pharma, de inflatie van een begrip als ‘depressie’ en een verregaande medicalisering van deviant of destructief gedrag. Voorstanders wijzen op de positieve resultaten van experimenteel onderzoek, met name voor therapieën.

In ons artikel, ‘Mental Health Care and Average Happiness: Strong Effect in Developed Nations’ voor Administration and Policy in Mental Health and Mental Health Services Research proberen Ruut Veenhoven en ik een bijdrage te leveren aan dit debat. Dit doen we door na te gaan of landen die meer aandacht besteden aan GGZ, ook daadwerkelijk gelukkiger zijn. En als dit zo is, hoe valt dit te verklaren?

Dit doen we door gebruik te maken van data van de World Health Organization en de World Database of Happiness. Voor 143 landen kijken we of zowel de relatieve (% van het gezondheidszorgbudget naar GGZ) als absolute aandacht (aantal professionals in GGZ) samenhangt met de gemiddelde levensvoldoening in een land.

Met name in landen die hoog scoren op de Human Development Index geldt: hoe meer aandacht voor GGZ, des te gelukkiger haar inwoner gemiddeld zijn. We noemen een aantal redenen waarom dit een causaal verband zou kunnen zijn, maar verder onderzoek is nodig om dit met zekerheid vast te kunnen stellen.

Het volledige artikel is hier te downloaden (paywall).