Mamma, kijk me eens aan

Zojuist bij de plaatselijke grootgrutter (tijdens een wedstrijd van het Nederlands Elftal; kan ik iedereen aanraden): een blond bakfietsjongetje van een jaar of vijf tilt een watermeloen op en kijkt er enige tijd gebiologeerd naar. Een supermarktmedewerker kijkt van een afstand gespannen toe.

Moeder: “Ja Jack, dat is een watermeloen. Wil je die alsjeblieft terugleggen?”

Jack kiest ervoor om de meloen demonstratief en hard op de grond te laten vallen. Gevolg: kapotte watermeloen; de ogen van de supermarktmedewerker puilen bijkans uit. Moeder: “Jack, wil je even komen? Kom nou even… kijk me eens aan… Luister eens, ik had je gevraagd me te helpen. Nu help je me niet. Ik word daar een beetje verdrietig van. Snap je dat?”

Het kind geeft geen sjoege en kijkt ongeduldig langs haar heen.

Even later (de troep is inmiddels opgeruimd, zonder wat voor erkenning dan ook van moederlief) hoor ik Jack: “Mamma, kijk me eens aan. We gaan nu aardappeltjes halen. Ik vind dat lekker. Oké?” Moeders sjokt gelaten achter haar zoon aan.

Een reeks doffe dreunen vult de AH: zo, een paar keer stevig met mijn hoofd tegen de koelvitrine bonken. Ik kan weer verder.